Deze maand draait Quiz in de bioscoop; het meest recente werk van regisseur Dick Maas. PopcornCulture duikt voor deze gelegenheid met een driedelige reeks in de achtergrond van deze opmerkelijke filmduizendpoot. In het artikel van vorige week keken we naar zijn eerste stappen. Deze week het vervolg, met onder meer: het fenomeen Flodder & serieus stuntwerk.
Het fenomeen Flodder
Het samen maken van horrorhit De Lift betekende uiteindelijk de scheiding tussen Dick Maas en filmproducent Matthijs van Heyningen. Waar die laatste films ook meer zag als cultuuruitingen, die een boodschap dienden uit te dragen, was Maas van mening dat het Nederlands filmpubliek haar boodschappen maar bij de Albert Heijn moest gaan halen. Voor hem dienden films uitsluitend een entertainmentfunctie te vervullen, iets wat hij in 1986 trachtte te tonen met de komedie Flodder – in de krant Het Parool kort na uitkomst betiteld als ‘een dolgedraaide lachmachine met tieten en billen’.
Een bijzonder asociaal, doch niet onsympathiek gezin wordt in deze film bij wijze van sociaal experiment gehuisvest in een uitermate elitaire villawijk. Hier duurt het niet lang voordat zoon Johnnie – ook weer gespeeld door Huub Stapel – de lokale wetshandhaving overuren bezorgt, zoon Kees (vertolkt door René van ’t Hof) al gauw de vrouwenkleedkamer van de lokale tennisclub ontdekt en dochter Kees (toepasselijk gespeeld door Tatjana Simić) met haar blonde lokken en welgevormde lichaam de hitsige buurman het hoofd op hol brengt. Voeg hier nog twee criminele nakomertjes aan toe, plus de zuipende, scheldende en sigaren rokende spil van de familie – de immer in kaplaarzen rondbanjerende Ma Flodder (een legendarische rol van Nelly Frijda) – en het spektakel is compleet.
Het Hollywoodachtige van Maas’ films komt in Flodder – sterker nog dan in De Lift – al expliciet naar voren. De film kent een zeer hoog tempo en blijft amuseren ondanks het laagdrempelige verhaal. Het hoogtepunt is wanneer een doorgedraaide lokale militair met een gestolen tank het gehele huis van de Flodders opblaast, waar op dat moment juist een totaal uit de hand gelopen verzoeningsfeestje aan de gang is.
Het decor voor de eerste film over de familie Flodder (er zouden nog twee vervolgdelen komen) was oorspronkelijk nog geplaatst op een wielerbaan bij Spaarnwoude. Na het grote bioscoopsucces van de film besloten Dick Maas en Laurens Geels echter met hun productiemaatschappij First Floor Features – waarvan de naam een verwijzing was naar De Lift – een eigen studio te realiseren in Almere. Deze was oorspronkelijk bedoeld voor eigen gebruik, maar werd later ook beschikbaar gesteld voor andere productiemaatschappijen. In deze studio werden onder meer de twee vervolgdelen van Flodder opgenomen, evenals de gelijknamige televisieserie die op de films gebaseerd is. Hierin was de cast vrijwel hetzelfde, al werd de rol van Johnnie in de derde film en de televisieserie overgenomen door Coen van Vrijberghe de Coningh en de rol van zoon Kees door Stefan de Walle. Over dit duo zegt Maas later in een interview:
“De leukste herinneringen heb ik aan het werken met Coen en Stefan. Die hadden een tomeloze energie en bleven altijd opgewekt. Af en toe had ik meelij met Coen omdat ie altijd de meeste tekst had en hij elke dag lappen tekst uit zijn hoofd moest leren. Nelly en Tatjana hadden af en toe hun kuren, maar over het algemeen vond ik het een feest om met zulke goede acteurs te werken.”
Van Vrijberghe de Coningh zou later onverwachts te komen overlijden aan een hartstilstand, tijdens een feestje ter ere van een nieuw afgerond seizoen van de serie in de studio te Almere. Dit betekende het einde van de televisieserie, omdat Maas vond dat de rol van Johnnie Flodder door niemand anders meer goed vertolkt zou kunnen worden.
Serieus stuntwerk
In 1988 komt Maas op de proppen met kaskraker Amsterdamned – ook met Huub Stapel in de hoofdrol – en vanaf dat moment zijn de Hollywoodinvloeden voor niemand meer te negeren. Amsterdamned is een thriller die zich voornamelijk afspeelt in de Amsterdamse grachtengordel, waar een psychopaat aan het moorden slaat. Stapel speelt de rol van politiedetective Eric Visser, die de mismaakte moordenaar in de kraag probeert te vatten, waarbij hij geholpen wordt door de onvermijdelijke knappe jongedame – weer een fraaie rol van Monique van der Ven – en zijn eigen dochter. Bijzonder memorabel en wederom bijzonder on-Nederlands is de eerdergenoemde achtervolgingsscène door de grachten, waarbij speedboten, auto-ongelukken en flinke explosies centraal staan.
Het is dan ook duidelijk te merken dat Maas in deze film een veel groter deel van het budget dan gebruikelijk uittrok voor het stuntwerk. De stuntcrew bestond uit 45 man, onder leiding van Nederlandse stuntcoördinator Dickey Beer – tegenwoordig actief in Hollywood, bij onder meer James Bondfilms – en ze hadden uitermate goed materiaal tot hun beschikking. Maas’ expliciete wens om het stuntwerk en actiescènes nu eens goed uit te voeren kwam grotendeels voort uit zijn kenmerkende verlangen om het kneuterige, ‘spruitjesluchtachtige’ imago van de Nederlandse film voorgoed naar het verleden te verwijzen.
Volgende week: overmoedigheid & nieuwe kansen.
Jorik studeerde Nieuwe Media & Digitale Cultuur aan de Universiteit Utrecht. Werkt tegenwoordig als webredacteur bij Presenter. Leest veel en loopt hard. Gelooft oprecht dat Android beter is dan iPhone. Speelt graag avontuurlijke games op zijn PS3.