Vanaf deze week is Nederland weer een nieuw museum rijker. Nou ja, nieuw: het museum profileert zichtzelf als het nieuwe filmmuseum aan het IJ, maar eigenlijk moet je spreken van een ‘vernieuwd’ museum. Het filmmuseum bestond al, maar in een compleet andere hoedanigheid. Vanaf donderdag 5 april is de geschiedenis van de film te zien en te beleven onder de naam EYE, in een indrukwekkend pand aan de noordkant van Amsterdam, direct aan het IJ.
Architectonisch hoogstandje
Vanuit de trein doemt de witte “oester”, zoals het museum al in de volksmond wordt genoemd, op langs de waterkant. Het bijzondere gebouw vormt eveneens het absolute aandachtspunt vanaf de pont, die je in een minuut van het Centraal Station naar Amsterdam Noord brengt. Hoe dichter je bij het pand komt, hoe meer het lijkt te veranderen. Het nieuwbouwpand kent geen rechte lijnen; vanaf ieder hoek is de vorm anders. Een absoluut architectonisch hoogstandje waar menig museum jaloers op mag zijn. Onder de gegadigden klinkt dan ook constant de vraag: “hebben we iets vergelijkbaars in Nederland?”. Antwoord is nee: slechts een aantal musea hebben zich in een pand vergelijkbaar met deze mogen vestigen, met als grootste voorbeelden het Groninger Museum en het Nederlands Architectuurinstituut.
Een korte geschiedenis
Het Filmmuseum stamt al uit 1946 en was inmiddels toe aan een nieuwe en vooral grotere locatie. Voorheen was het museum en zijn grote collectie te bezoeken in het Vondelpark in de Amsterdamse binnenstad. Chronische huisvestingsproblemen bleven het museum achtervolgen en jarenlang werd er toegewerkt naar een nieuw onderkomen elders in de stad. Na een aantal mislukte pogingen werden de plannen voor een nieuw pand aan de noordelijke IJ-oever gemaakt. In 2005 schreef het museum een internationale wedstrijd uit om een architect te vinden voor het grootschalige project. Het Oostenrijkse architectenbureau ‘Delugan Meissl Associated Architects’ won de wedstrijd en kwam al snel met het huidige ontwerp. In 2009 werd het officiële startsein gegeven en kon de bouw beginnen. In oktober 2011 werd de bouw afgerond en kon er een start gemaakt worden met de inrichting van het gloednieuwe pand.
Interieur
Het bijzondere onderkomen van EYE is ook in het interieur terug te vinden. Het interieur is speels en maakt je als bezoeker nieuwsgierig. Je weet nooit wat er na die ene hoek of die ene opening op je af komt. Hart van het gebouw is de arena: een plek om te ontmoeten, een plek voor debat én een plek voor het organiseren van bijzondere evenementen zoals concerten. Het gebouw is vrij toegankelijk, dus iedereen die een drankje wil drinken met een prachtig uitzicht op Amsterdam is van harte welkom.
Collectie en presentatie
EYE presenteert zichzelf als hét centrum voor film in Nederland. Het museum is een plek voor iedereen die van film houdt. Niet alleen heeft EYE een enorme collectie beeldmateriaal, maar het museum wil de focus in het nieuwe pand verleggen: EYE wil mensen laten kennismaken met film en de verdieping in film stimuleren. Film wordt als kunst, vermaak, cultureel erfgoed en communicatiemiddel gepresenteerd in de vaste presentatie en een viertal tentoonstellingen per jaar. Vier bioscoopzalen, ieder voorzien van een ander thema of andere sfeer, zullen constant worden gebruikt om bezoekers kennis te laten maken met de zeer veelzijdige collectie.
Interactiviteit en nieuwe media
Zoals je van een nieuw museum mag verwachten heeft EYE verschillende nieuwe media ingezet om de collectie te ondersteunen. Binnen de vaste presentatie zijn zogenaamde ‘pods’ geplaatst, waar je als bezoeker plaats kan nemen om in de collectie te bladeren. Je neemt zelf controle over de collectie en kunt een filmquiz spelen, terwijl een bekende Nederlander je wegwijs maakt – waar hebben we dat eerder gezien? Bovendien heeft het museum een ruimte ingericht als panorama, waar je als bezoeker ondergedompeld wordt in de omvangrijke collectie: de gehele ruimte is gevuld met projecties. Door middel van bedieningspanelen met touchscreen kun je als bezoeker zelf navigeren door alle beelden.
Een bezoekje waard?
Het museum is op z’n minst indrukwekkend te noemen. Voornaamste reden is het unieke pand, dat de absolute hoofdrol speelt in een bezoek aan EYE. De speelse architectuur beperkt zich namelijk niet tot de buitenkant, maar is door het hele pand en het interieur te zien en te voelen. Enkel om die reden is EYE al een bezoek waard. En ben je, om welke reden dan ook, niet geïnteresseerd in de collectie van EYE: ga dan toch even een drankje drinken op het mooie terras.
Enige twijfel
Wat betreft presentatie en tentoonstellingen valt er nog wel wat winst te behalen. De beschikbare ruimtes zijn groot genoeg voor omvangrijke tentoonstellingen en hoge bezoekersaantallen. De vraag is echter hoe ze alle geplande bezoekers in de vaste presentatie kwijt willen. De pods en de touchscreens zijn het centrale punt van de vaste presentatie, die je als bezoeker op je gemak wilt uitproberen. Het museum heeft als doelstelling om het bezoekcijfer de komende jaren flink te laten stijgen, met 225.000 bezoekers in het jaar 2015. Denkend aan deze hoeveelheden bezoekers in combinatie met de beschikbare pods en touchscreens krijg ik het nu al een beetje benauwd. Het ‘in alle rust’ bekijken van filmfragmenten zal waarschijnlijk moeten plaatsmaken voor opdringerigheid en ongeduld. Jammer, want de collectie is uitermate interessant en veelzijdig. Iedere filmliefhebber zou hier urenlang in kunnen verdwalen.
Voor de filmliefhebber en filmkenner
De komende maanden zal blijken of EYE zich aan hun belofte kan houden: “EYE is voor iedereen die van film houdt: van buurtbewoner tot toerist, van scholier tot filmprofessional, van jong tot oud”. Op dit moment is het museum vooral het interessantst voor de echte filmkenner en de liefhebber van filmkunst. Wellicht kunnen meer mainstream tentoonstellingen daar verandering in brengen. In de zomer brengt EYE een retrospectief van filmmaker Stanley Kubrick, één van de meest invloedrijke regisseurs van de twintigste eeuw. Met deze tentoonstelling zal EYE zeker een breed publiek aantrekken, maar waarschijnlijk is dit publiek niet zo divers als gehoopt.
Al met al is EYE een bijzonder museum en een absolute aanwinst voor de museale wereld. De komende jaren zal ze haar draai moeten vinden in het bijzondere pand. Bovendien zal dan pas blijken of de vaste presentatie voldoet aan de eisen die zoveel bezoekersaantallen met zich meebrengen. We zijn erg benieuwd naar wat EYE ons de komende jaren gaat brengen, vooral op het gebied van tentoonstellingen en evenementen. Afsluiten doen we met de treffende woorden van directeur Sandra den Hamer: “De film heeft nu het museum dat het verdient”.
Kijk voor meer foto’s van EYE filmmuseum op onze Flickr.
Wendy is freelancer, heeft zich gespecialiseerd in cultuur van de 19e en 20e eeuw aan de Universiteit Utrecht. Ze is een zelfbenoemd Disney-historicus. Heeft altijd een iPhone en een spiegelreflexcamera binnen handbereik. Is volmaakt gelukkig met een Starbucks in haar hand.
- Flickr |
- More Posts