Deze maand zijn de eerste telefilms op televisie: producties van Nederlandse bodem, uitgezonden door de publieke omroep. In 1994 is dit concept bedacht om de Nederlandse filmindustrie een boost te geven. En dat was nodig ook. PopcornCulture blikt terug op de ontwikkeling in de filmwereld aan het einde van de vorige eeuw. Deze week: de ‘typisch Nederlandse film’.
De ‘typisch Nederlandse film’
Alles is liefde, Gooische Vrouwen, Komt een vrouw bij de dokter, Nova Zembla: stuk voor stuk voorbeelden van succesvolle Nederlandse films van de laatste jaren. Dat is wel eens anders geweest. Wie kent er namelijk nog Advocaat van de Hanen, Vals Licht, De Zeemeerman en Intensive Care? Misschien als voorbeelden van flops uit de jaren ‘90, maar weinigen zullen die films voor hun plezier hebben gekeken. ‘Typisch Nederlandse films’ werden ze in die tijd genoemd. Een scheldwoord, want de Nederlandse film was alles behalve populair. Na de succesvolle jaren ‘70 en ‘80, met Turks Fruit, Soldaat van Oranje, De Lift en Flodder, verkeerde de Nederlandse filmindustrie in de jaren ‘90 in crisis. Naast het simpele vervolg Flodder in Amerika was alleen 06 van Theo van Gogh een succes. En zelfs die film trok slechts 50.000 bezoekers naar de bioscoop.
In vergelijking tot de buitenlandse films die in dezelfde periode werden gemaakt, spraken de Nederlandse films het grote publiek niet aan. Als je namelijk de films uit die tijd bekijkt, zal je opvallen dat ze vaak onnavolgbaar zijn, onbekende hoofdpersonages hebben en dat centrale elementen veelal ontbreken. De filmmakers leken aan het begin van de jaren ’90 enkel in zichzelf geïnteresseerd en keken niet naar het publiek. Of de kijker wel op het verhaal zat te wachten, vonden de makers niet interessant. Het dieptepunt was in 1994, toen het Nederlande aandeel van de totaalomzet van bioscopen slechts 1% was. Men ging sowieso niet veel naar de bioscoop, maar al helemaal niet naar de Nederlandse films.
De televisie als concurrent
Dat men niet naar de bioscoop ging, lag natuurlijk niet alleen aan de slechte kwaliteit van de typisch Nederlandse film. Ook de toenemende populariteit van de televisie was een groot probleem voor de Nederlandse filmindustrie. Thuis voor de beeldbuis is het gezelliger, zeiden de Nederlanders. Videotheken schoten als paddestoelen uit de grond. Het grote publiek zat voor de televisie en nam genoegen met een filmbeleving die eigenlijk niet te vergelijken is met het ‘magische’ witte doek. Ook de komst van soapseries maakte de televisie alleen nog maar aantrekkelijker. Herkenbare karakters en gemakkelijke verhaallijnen: daar konden de Nederlandse filmmakers nog wat van leren.
In het volgende deel van deze reeks kijk ik verder naar deze toenemende populariteit van televisie. Met name ook de nieuwe soapseries als GTST, ONM en Goudkust zullen aan bod komen!


Reacties
Reageer