PopcornCulture

Cultureel Vernieuwend

  • Home
  • Artikelen
    • Film & TV
    • Gadgets & Games
    • Kunst & Cultuur
    • Nieuwe & Sociale Media
    • Muziek & Theater
    • Popcorn Politics
    • Column
    • Gastblog
  • Over ons
  • Contact
  • Sitemap

Cultuursubsidies: survival of the fittest

22 mei 2012 by Wendy 2 Comments

Het is natuurlijk allang bekend dat er ingrijpende bezuinigingen op culturele instellingen zullen plaatsvinden. De financiële crisis heeft ervoor gezorgd dat de overheid genoodzaakt is om overal op te bezuinigen. Ook de culturele sector krijgt daardoor veel te verduren. Deze week maakte de Raad voor Cultuur bekend hoe de structurele subsidies in de periode 2013-2016 zullen worden verdeeld. In dit rapport zijn een aantal ingrijpende adviezen terug te vinden. Veel instellingen worden gekort en een aantal instellingen zullen zelfs helemaal geen subsidie meer krijgen. Hoe moet dat nu verder met de culturele sector?

Als Master of Arts, afgestudeerd in Cultureel Erfgoed, draag ik de culturele sector een warm hart toe. Bezuinigingen op kunst en cultuur gaan mij dan ook niet in de koude kleren zitten. Ik schrik van subsidieafwijzingen en maak me zorgen over het voortbestaan van een groot aantal musea, bibliotheken, archieven en theatergezelschappen. Daarentegen verbaas ik mij ook over de grote bedragen die aan sommige musea worden toegekend. Het rapport van de Raad voor Cultuur is voor mij daarom tegenstrijdig. Aan de ene kant wil ik dat de culturele sector de kans krijgt om te kunnen floreren; aan de andere kant ben ik van mening dat er genoeg mogelijkheden zijn om als culturele instellingen financieel onafhankelijk te zijn zonder buitensporige subsidies nodig te hebben.

Adviezen

De adviezen van de Raad voor Cultuur zijn gebaseerd op een zevental criteria: kwaliteit, publieksbereik, cultureel ondernemerschap, educatie, talentontwikkeling, (inter)nationaal belang en geografische spreiding. Een overzicht van alle conclusies uit het 509 pagina’s tellende rapport van de Raad voor Cultuur zal ik jullie besparen, maar ik wil toch een paar opmerkelijke adviezen uitlichten. Ik richt me nu vooral op de musea, hoewel de podiumkunsten het ook buitengewoon zwaar gaan krijgen.

Geldmuseum

Het Geldmuseum in Utrecht krijgt vanaf 2013 nog maar de helft van de jaarlijkse subsidie. Het is begrijpelijk dat veel musea zullen worden gekort, maar de motivatie van de Raad voor Cultuur is op z’n minst opmerkelijk te noemen. In het rapport geeft de Raad al aan dat het Geldmuseum in zwaar weer verkeert. Vanwege de moeilijke financiële situatie heeft het museum ervoor gekozen om flink te bezuinigen op personeelskosten. Een verstandige stap zou je zeggen. Niet volgens de Raad. Het snijden in het personeelsbestand is voor de Raad reden geweest om het Geldmuseum minder subsidie te geven. Want: door het tekort aan personeel kan het Geldmuseum zijn taken niet goed meer uitvoeren en is er geen goede balans meer tussen publieksactiviteiten en het beheer en behoud van de collectie. Nogal wiedes! Met minder personeel kun je natuurlijk ook minder. En dus wordt het Geldmuseum gestraft door de Raad en krijgen ze nog meer financiële tegenslagen te verduren.

MOTI, Museum of the Image

Bij het lezen van de naam MOTI moest ik even goed nadenken. MOTI? Dat blijkt de nieuwe naam te zijn van het voormalig Graphic Design Museum in Breda. Deze naamsverandering was voor de Raad voor Cultuur één van de redenen om geen subsidie meer toe te kennen. Het museum heeft zijn positionering voor de derde keer in dertig jaar tijd veranderd. Het museum legt nu meer de nadruk op algemene beeldcultuur, in plaats van zich enkel te richten op grafische vormgeving. Een aanpassing aan de hedendaagse maatschappij is heel logisch zou je denken, maar de Raad is van mening dat het museum niet duidelijk maakt hoe het zich wil profileren.

Theater Instituut Nederland

Het Theater Instituut Nederland (TIN) verkeert al een tijdje in financiële moeilijkheden. Door alle eerdere bezuinigingen was de toekomst van het theaterinstituut onzeker. Door zich te profileren als museum in plaats van als sectorinstituut wilde het TIN toch subsidie binnenhalen, om daarmee de zeer omvangrijke collectie aan het publiek te kunnen tonen. Eerder lanceerde het TIN al de theaterencyclopedie: een digitale tool om de collectie toegankelijk te maken. De toekomstplannen van het TIN richten zich daarnaast op een nomadisch bestaan: reizende presentaties, beginnend als tijdelijk museum in de Amsterdamse Stopera.

De aanvraag bij het Ministerie van OCW is echter negatief beoordeeld. Het TIN zal geen subsidie krijgen voor een publieke functie. De Raad ziet het toekomstige TIN als een presentatie-instelling en niet als museum. Het lijkt erop dat het TIN gestraft wordt voor het out of the box denken: TIN wil geen permanent museum, maar wil reizen en legt de nadruk daarnaast op digitale ontsluiting. In mijn ogen is dit een mooie manier om de collectie aan een groot publiek te kunnen tonen. De Raad voor Cultuur lijkt echter de ouderwetse definitie van een museum te blijven hanteren, waardoor zij in hun advies beperkt worden. Het TIN krijgt geen enkele erkenning voor haar creatieve plan.

Het recht van de sterkste

Naast deze negatieve adviezen heeft de Raad voor Cultuur natuurlijk ook veel subsidies wél toegekend. Bij de toekenningen geldt wel het recht van de sterkste: de instellingen die al goed scoorden krijgen wederom een berg geld toegeschoven. Zo blijkt het Rijksmuseum een onvolledige en weinig specifieke aanvraag te hebben ingediend, maar hoeft daar nauwelijks voor te boeten: het totale budget wordt ietwat gekort en komt alsnog uit op het absurd hoge bedrag van € 26.093.000 per jaar. Daarnaast heeft het Keramiekmuseum Princessehof in Leeuwarden zelfs € 30.000 meer subsidie toegewezen gekregen dan aangevraagd!

De hoge subsidies zijn vooral terug te vinden bij instellingen die zich al hebben bewezen, gigantische bezoekersstromen trekken en op de beste locaties gehuisvest zijn. Neem bijvoorbeeld het Van Gogh Museum. Dat museum is gevestigd op de best denkbare locatie, is internationaal bekend en ontvangt daarom dagelijks bussenvol Japanners. Vorig jaar trok het museum 1,6 miljoen (!) bezoekers. Deze omstandigheden zijn toch redenen om een goed verdienmodel te eisen, zodat het museum zichzelf kan bedruipen? In plaats daarvan zal het Van Gogh Museum €6.666.000 per jaar van de overheid ontvangen.

Wat ik vooral mis in het advies van de Raad voor Cultuur is de ondersteuning aan de instellingen die het echt nodig hebben. En dan heb ik het vooral over ondersteuning op het gebied van coaching en het opzetten van verdienmodellen. Ik snap heel goed dat er bezuinigd moet worden, maar geef instellingen dat wel de kans om zich aan te passen aan het huidige financiële klimaat. Culturele instellingen moeten geleerd worden hoe te overleven zonder subsidies. Zij hebben training nodig om cultureel ondernemerschap zich eigen te maken. Totdat de overheid dat besef krijgt zullen instellingen moeten vechten en blijft het draaien om survival of the fittest.

Wendy

Wendy is freelancer, heeft zich gespecialiseerd in cultuur van de 19e en 20e eeuw aan de Universiteit Utrecht. Ze is een zelfbenoemd Disney-historicus. Heeft altijd een iPhone en een spiegelreflexcamera binnen handbereik. Is volmaakt gelukkig met een Starbucks in haar hand.

  • Twitter
  • |
  • LinkedIn
  • |
  • Flickr
  • |
  • More Posts
Filed Under: Kunst & Cultuur Tagged With: bezuinigingen, cultureel ondernemen, Geldmuseum, Ministerie van OCW, MOTI, Raad voor Cultuur, Rijksmuseum, TIN, Van Gogh Museum

Comments

  1. Rowan says:
    23 mei 2012 at 10:28

    Interessante visie op het rapport!

    Ik schrok zelf erg van het advies om het SIOB (Sectorinstituut Openbare Bibliotheken) 0 euro subsidie toe te kennen. En juist in een periode van bibliotheekvernieuwing is een dergelijke instelling onontbeerlijk. Op deze manier dreigt Letteren het ondergeschoven kindje van de culturele sector te worden.

    Beantwoorden
  2. Eric says:
    23 mei 2012 at 11:19

    Goed stuk Wen!

    Het blijkt maar weer dat een groepje pijprokende dinosaurussen innovatie in de kiem smoren en hun vriendjes bij de gevestigde instituten de poet toeschuiven. Ik snap best dat de goede musea op dure plekken zitten, veel personeel hebben en dure collecties, maar als ze 2 euro per bezoeker meer vragen is er voor andere opkomende instellingen ook wat meer. Misschien moeten we Geenstijl maar eens een topicje hierover late schrijven.

    Beantwoorden

Speak Your Mind Reactie annuleren

*

*

Recente artikelen

  • Vijf redenen om Borgen te kijken
  • Shockblog: Holländer sind immer Lustig
  • Geheimzinnigheid rond het Chinese Terracotta Leger
  • Amsterdam Series Weekend: het eerste festival voor televisieseries
  • Game of Thrones: The Exhibition
  • Column: Gäme öf Thrönes
  • Oculus Rift: virtual reality in Nederland
  • Verplichte kijktip: DWDD University
  • Suske en Wiske in een nieuw jasje
  • The Following: scepsis overwonnen?
  • De leukste attractie van Berlijn: het Museum für Film und Fernsehen
  • Olympus’ Photography Playground: spelen, fotografie en kunst
  • Starcount: de Oscars van de social media
  • De nieuwste attractieverfilmingen van Disney
  • Twitter #Music: iedereen luistert Justin Bieber!
  • Iron Man 3: onze spoilervrije recensie
  • De nieuwste mediahype: ruimtereizen
  • Find Boston Bombers: de heksenjacht op het internet
  • Google Glass: science fiction wordt werkelijkheid
  • Films voor de zomer van 2013
  • Humans of New York: a celebration of individuality
  • Shock blog: Kiek ‘m goan!
  • Struinen door de Nederlandse geschiedenis in het Rijksmuseum
  • MaakMee: publiek maakt tentoonstelling in de Kunsthal
  • De voortreffelijke terugkeer van Hannibal Lecter
  • Gaat de conservatieve voetbalwereld eindelijk overstag?
  • Een nieuw seizoen Zombies, Run!
  • De apps die je moet gebruiken
  • Moet je The Americans kijken?
  • Game of Thrones: de zwaardenstorm ontketend

Return to top of page

Copyright © 2013 · Delicious Theme on Genesis Framework · WordPress · Log in