Ook dit jaar herdenken we, 67 jaar na de Bevrijding, het einde van de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de generatie die De Oorlog heeft meegemaakt langzaamaan verdwijnt, blijft deze in de populaire cultuur onverminderd een hoofdrol spelen. Denk maar aan de succesvolle serie De Oorlog van de NPS, of de verfilming van Oorlogswinter. Maar toch staat de inhoud van het herdenken steeds vaker ter discussie, zo ook dit jaar.
Controversieel gedicht
Ieder jaar wordt er een gedicht voorgelezen bij de Nationale Herdenking op de Dam in Amsterdam. Dit jaar zou dat het gedicht ‘Foute keuze’ geweest zijn, geschreven door de 16-jarige scholier Auke de Leeuw. Hij schreef over zijn oud-oom die, gedwongen door de omstandigheden, voor de Duitsers ging vechten aan het Oostfront. Hij wil ook zijn verre familielid herinneren op 4 mei. Het gedicht bleek te controversieel, onder meer het Nederlands Auschwitz Comité en het CIDI uitten kritiek op het gedicht. Het Nationaal Comité 4 en 5 mei schrapte hierna het gedicht. En in Vorden leidt het voorstel om omgekomen Duitse soldaten te herdenken, tot een waar ‘strijdtoneel’.
Herinneren in fasen
We zijn in Nederland blijkbaar nog niet klaar voor het herdenken van ‘foute’ Nederlanders en omgekomen Duitsers. Nu moet gezegd worden dat herinneren een hybride begrip is, dat in de decennia na de oorlog steeds een andere invulling heeft gekregen. Vlak na de oorlog werd de blik op de toekomst gericht en de wederopbouw van het land. Er was nauwelijks ruimte voor medeleven met degenen die terugkeerden uit de concentratiekampen of uit Nederlands-Indië. De herinnering aan de oorlog werd vormgegeven door het werk van ‘staatshistoricus’ Loe de Jong.
Vanaf 1965 kwamen de jongere generaties in opstand tegen hun ouders: ze verweten hen onverschilligheid tijdens de oorlog. Het vraagstuk van de Joden kwam centraal te staan en het ontzag voor hun lijden groeide. Eind jaren ‘70 groeide de waardering voor het verzet; dit kwam onder meer tot uiting in het maken van de film Soldaat van Oranje. In de periode hierna werden onder meer wetenschappers ‘dirigenten van de herinnering’ ; hun visie op goed en fout ging het publieke debat domineren.
De laatste jaren staan, na de aanslagen van 9/11, in het teken van global history; de gevolgen van de oorlog strekten zich uit over ieder continent en hingen nauw met elkaar samen. In de tv-cultuur uitte deze heroriëntatie zich dit onder meer in de serie The Pacific, over de gevechten tussen de V.S. en Japan. De nadruk ligt dus niet meer zozeer op de oorlog in West-Europa. De jacht op oorlogsmisdadigers gaat onverminderd voort. Deze week werd bekend dat er nieuw stukken zijn vrijgegeven over de oorlogsmisdadiger Klaas Faber. De Oekraiener Djemjanjuk is uiteindelijk voor zijn oorlogsmisdaden veroordeeld, maar inmiddels overleden. De vraag is wel hoe deze continue verandering van herinneren zal verdergaan als de oorlogsgeneratie is verdwenen?
Grijs verleden?
In wetenschappelijke kringen heeft het werk van historicus Chris van der Heijden flink wat stof doen opwaaien. Zijn theorie is dat het in de oorlog niet zo zwart-wit was als vaak wordt gesteld. Eerder was sprake van een groot, grijs gebied van mensen die zich zo goed mogelijk staande probeerden te houden. Veel historici verweten hem dat hij goed en slecht tijdens de oorlog bagatelliseerde. Eerder kunnen we spreken van een veelkleurig verleden, waarin mensen wel degelijk keuzes maakten om de oorlog zo goed mogelijk door te komen. Inmiddels heeft Van der Heijden zijn stelling engiszins genuanceerd in ‘Dat nooit meer‘. Ook in de populaire cultuur kwam aandacht voor het schimmige gebied tussen goed en fout. Met onder meer het dubbelspel van een verzetsman in Zwartboek en in Oorlogswinter, is duidelijk dat niet iedereen zich makkelijk in een hokje van zwart en wit laat zetten.
Niet vergeten
Om de lessen van deze betekenisvolle en indringende periode niet verloren te laten gaan, is het nodig om jongere generaties aan te spreken. Dit begint bij goed geschiedenisonderwijs. Het probleem is vaak dat de Tweede Wereldoorlog geïsoleerd wordt behandeld. Veel beter is om thema’s als vervolging, onderdrukking en verzet te koppelen aan actuele gebeurtenissen. Denk bijvoorbeeld aan de Arabische lente (verzet) en het doden van koptische christenen in Egypte (onderdrukking). Hierbij moeten altijd duidelijk verschillen en overeenkomsten worden aangegeven, om niet in anachronismen te vervallen! En daarnaast blijft de populaire cultuur een belangrijke rol spelen om de jeugd historisch besef over deze oorlog bij te brengen. Films spelen hier een belangrijke rol, maar zeker ook de musea. De bouw van een kindermuseum bij het Verzetsmuseum Amsterdam is hier een mooi voorbeeld van.
Dodenherdenking zal dan na het verdwijnen van de oorlogsgeneratie blijven bestaan. Ook voor jongere generaties zijn de beelden van razzia’s, gaskamers en werkkampen indringend. Maar door aansluiting te vinden bij de actualiteit, past het herinneren zich aan de tijdsgeest aan, zoals het al decennia doet. En over de aandacht voor 5 mei hoeven we ons geen zorgen te maken: het vieren van vrijheid blijft een geliefde bezigheid, gezien het grote aantal festivalbezoekers ieder jaar!

